#MeToo in de zorg

Seksueel grensoverschrijdend gedrag en intimidatie in de zorg. Het gaat niet om een paar rotte appels, maar om een gedrag dat is ingebakken in de cultuur. Maar liefst 30 procent van de 3.098 artsen die in 2018 door vakblad Medisch Contact zijn geënquêteerd, zegt ooit een seksueel grensoverschrijdende situatie te hebben meegemaakt op het werk. Van hen heeft meer dan de helft te maken gehad met ongewenste aanrakingen, van billen knijpen en borsten betasten tot op de mond zoenen, aldus dit ‘#MeToo op de werkvloer’-onderzoek. Ruim 10 procent maakt melding van het ontvangen van seksueel getinte berichten via WhatsApp of e-mail. Een vergelijkbaar percentage zegt zelfs een grensoverschrijdende relatie te hebben gehad.

Hoe kan het nou juist in de zorg zo ontsporen? In een sector waar de menselijke maat juist centraal staat en waarvoor je kiest – tenminste, dat deed ik – omdat je graag iets voor anderen wilt betekenen. Enerzijds wordt onveilig gedrag gevoed door de sterk hiërarchische verhoudingen, aangevuld door het klassieke leerling-meesterverhaal. Daarbij is in de zorg alles ook nog eens flink dichtgetimmerd met strikte protocollen en strak afgebakende rollen. En sommige medische specialisten leven deze rol continu. Ze geloven echt dat zij een verheven positie hebben binnen een team, waarbij aanzien, macht en een exorbitant salaris vanzelf spreken. Het leidt bij sommige individuen tot een gevoel van onschendbaarheid, waardoor ze zich alles denken te kunnen permitteren. Daar komt bij dat botheid en apengedrag al bij jonge artsen wordt aangewakkerd – ooit dreigde ik zelf ook zo te worden. Ik wilde me koste wat het kost in de chirurgische wereld profileren en daar horen bepaalde stappen bij. Keihard studeren en werken gedurende een heel lang traject. Het is een uitputtingsslag. Je denkt dat je rücksichtslos voor je doel moet gaan, dat je flink wat ellebogenwerk moet verzetten zodat jij die opleidingsplek krijgt en niet jouw collega-studenten, dat je je moet gedragen alsof je iemand bent die alles weet en geen twijfel kent, dat het ‘mannetje zijn’ nodig is om je einddoel te bereiken. Met dat soort gedrag, dat er langzaam insluipt, vervreemd je je van jezelf.

Oplossingen?

Erkennen. Naar mijn mening is het de hoogste tijd dat instellingen en stafleden erkennen dat onveilige werksituaties dagelijks plaatsvinden en dat de goeden (gelukkig de grote meerderheid) hieronder lijden.

Eerder en zichtbaarder ingrijpen. Daarnaast pleit ik voor hard ingrijpen, voor het eerder nemen van disciplinaire maatregelen. Bij ongepast gedrag komen deze nu vaak te laat – als het al volledig is misgegaan – en zijn ze heel definitief: ontslag of zelfs door de tuchtcommissie uit je ambt worden gezet. Als we eerder optreden, ontnemen we de boosdoeners de kans om dergelijk gedrag structureel te vertonen. Ook bied je hun de mogelijkheid hun gedrag te verbeteren.

Het pakket aan maatregelen kan ook uitgebreider. Laat de boosdoener publiekelijk excuses aanbieden, zodat het inzicht in de laakbaarheid van zijn handelen voelbaar wordt. Of stel een operatieverbod van twee weken in en ja, dat betekent ook korting op salaris of inkomsten. Met andere woorden: straf de daders vooral daar waar ze last of ongemak ervaren bij het hooghouden van hun vaak ‘onaantastbare’ zelfbeeld. Veel specialisten zijn namelijk – net als andere hooggeplaatsten in de samenleving – verslaafd aan de drug van financiële en maatschappelijke status.

Haal ze daarnaast, in ieder geval tijdelijk, van hun ‘opleidende’ posities af, en bij recidive resoluut voor altijd. Als een specialist structureel van jonge artsen verlangt dat zij werkweken van meer dan 60 uur draaien onder het mom van ‘anders kun je die opleidingsplek op je buik schrijven’, is deze specialist immers niet geschikt als opleider. Een instelling moet dan een signaal afgeven en hem of haar de taak als opleider ontnemen.

Tot slot is het zaak dat jonge artsen zich eerder durven uitspreken. Dit kan alleen als de opleidingsorganisatie of het ziekenhuis vooraf aangeeft wat wel en niet door de beugel kan. Stel bijvoorbeeld gezamenlijk met het team een lijst op met do’s en don’ts en een protocol wat de maatregelen zijn bij overtredingen. Een complimentje over een nieuw kapsel mag. Een seksueel getint grapje over een strak zittend truitje niet. Het begint met het signaleren en bespreekbaar maken van ongepast gedrag. Dat bevordert het gevoel van veiligheid al enorm. Een goede eerste stap hiertoe is de recentelijk gestarte campagne #zouikwatzeggen? van de geneeskundefaculteit van het Amsterdam UMC.

Lees het hele Volkskrantartikel hier.